De pandemie bereikt de zaadvelden
Toen India in maart 2020 in een strikte lockdown ging, werden miljoenen seizoenswerknemers van de ene dag op de andere zonder inkomen achtergelaten. In de zaadsector van Andhra Pradesh en Karnataka — waar de handbestuiving van zaadgewassen elk jaar duizenden tijdelijke krachten aantrekt — stond het werk volledig stil. Voor de meeste van deze werknemers betekende dat direct inkomensverlies, want formele contracten, WW-rechten of sociale bescherming ontbraken.
APVVU mobiliseert noodhulp
De vakbond APVVU reageerde snel. Via haar netwerk van plaatselijke afdelingen werden de meest kwetsbare leden geïdentificeerd en werd voedselhulp georganiseerd. Tegelijkertijd zette APVVU druk op deelstaatautoriteiten voor toegang tot noodsteunprogramma's van de centrale overheid, waarvoor seizoenswerknemers theoretisch in aanmerking kwamen maar in de praktijk vaak buiten de boot vielen door bureaucratische obstakels.
FNV en Nederlandse zaadveredelingsbedrijven
FNV nam contact op met Nederlandse zaadveredelingsbedrijven die produceren via Indiase toeleveranciers. Verscheidene bedrijven stemden in met een noodregeling: leveranciers die tijdelijk niet konden produceren, werden gevrijwaard van onmiddellijke contractbeëindiging, zodat zij hun vaste werknemers niet onmiddellijk hoefden te ontslaan. Het was een beperkte maar symbolisch belangrijke stap die de relatie tussen Nederlandse inkopers en Indiase vakbonden verstevigde.
Structurele les
De pandemie maakte pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar informele en seizoensmatige arbeid is. Zonder formele contracten, zonder vakbondslidmaatschap en zonder sociale bescherming zijn werknemers bij elke externe schok volledig op zichzelf aangewezen. Het versterkte de urgentie van de langetermijndoelstellingen van APVVU: formalisering van arbeidsrelaties, vakbondserkenning en toegang tot sociale zekerheidsregelingen voor alle werknemers in de sector.
Langetermijngevolgen
De pandemie versnelde de discussie over vaste contracten voor seizoenswerknemers in de zaadsector. Tijdelijke krachten zonder contractuele basis konden geen aanspraak maken op overheidssteun. APVVU en FNV brachten dit in bij de IMVO-convonantsoverleggen: minimumloongaranties zijn alleen afdwingbaar als er een formele arbeidsrelatie bestaat. In 2021 namen meerdere bedrijven een stap richting jaarleveranciersovereenkomsten als alternatief voor puur seizoensgebonden inhuur.
