Actueel

Actieonderzoek toont knellende positie Indiase landarbeiders

Nieuws » 12 maart 2019

Lage lonen, grote inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen, veel schulden en kinderarbeid. Dit zijn enkele resultaten van het actieonderzoek dat de Indiase landarbeidersbond APVVU samen met FNV heeft uitgevoerd naar de positie van landarbeiders in de zaadproductiesector in de Indiase deelstaten Andhra Pradesh, Telangana and Karnataka.

Het actieonderzoek werd als nieuwe methode ingezet om gegevens boven tafel te krijgen. De bondsleden van de APVVU gingen zelf de dorpen in, 6 in totaal, in 6 districten. De landarbeiders, kleine boeren en pachtboeren die ondervraagd zijn, richten zich op het kweken van zaden van groentes, katoen, maïs en sorghum (een soort graan). In totaal zijn 367 enquêtes afgenomen in 2018. Doel van het onderzoek was zicht te krijgen op de arbeidsomstandigheden van deze doelgroep, landarbeiders en boeren bewust te maken van hun arbeidsrechten en allianties te bevorderen tussen organisaties die betrokken zijn bij verbetering van de arbeidsomstandigheden in de zaadproductie.

Het resultaat is een gedegen rapport met opvallende conclusies en aanbevelingen. Onderzoekster Geeta Menon begeleidde de enquêteurs. Zij zegt: “Er is zeker meer studie nodig naar de waardeketen in de zaadproductie. Ook is een afzonderlijke studie naar de omvang van kinderarbeid nodig, evenals onderzoek naar migrerende werknemers en hun kwetsbaarheid in deze sector. Verder is het belangrijk om de Arbeidswet te onderzoeken en deze te vertalen naar de behoeften van kinderen, landarbeiders en migrantarbeiders.”

 

Geen toegang tot sociale voorzieningen

Uit het actieonderzoek komt naar voren dat het grootste deel van de landarbeiders landloos is. Om voldoende inkomen te verwerven moeten familieleden, waaronder ook de kinderen, meewerken. Ze ontvangen lage en onregelmatige lonen: tussen 61 en 123 euro per maand. Tussen mannen en vrouwen heerst een flinke loonkloof: 22% van de vrouwen zegt gratis te werken. Verder leven ze bijna allemaal met een grote schuldenproblematiek. Ze hebben lopende leningen tussen 250 en 600 euro, vooral voor medische doeleinden. Ze hebben geen toegang tot sociale voorzieningen en moeten daardoor geld lenen om naar het ziekenhuis te gaan. Maar ook vertraagde uitbetaling van lonen dwingt hen tot leningen.

Arbeidsmigranten, die uit andere delen van India tussen april en september naar deze districten komen om te werken in de zaadteelt, blijken het meest kwetsbaar voor discriminatie. Ze krijgen vaak vooruitbetaald en lopen daardoor het risico te worden uitgebuit: hoe hoger het voorschot, hoe lager het loon. De daglonen liggen tussen 3,70 tot 5 euro voor mannen en 1,85 euro voor vrouwen. Ze hebben geen garantie op werk en salaris en het merendeel heeft alleen tijdelijke huisvesting.

 

Schulden leiden soms tot zelfmoord

De kleine boeren hebben de meest directe link met de zaadbedrijven via mondelinge contracten of papieren contracten in het Engels. Hun inkomen ligt tussen 61 en 123 euro per maand per familie, waarbij vrouw en kinderen mee moeten werken, soms als landarbeider bij andere boeren. Ze worden vaak gedwongen tot hoge investeringen in chemicaliën, betaald met leningen tussen de 250 en 600 euro, tegen 20 tot 30% rente. Deze zijn soms hoger dan hun inkomen, waardoor ook zij in de schulden raken als de oogst mislukt of zaden worden geweigerd. Die leningen worden vaak verstrekt door geldwoekeraars, die hard optreden als de boeren niet op tijd betalen. Dit drijft sommigen tot zelfmoord, wat voor het gezin niets oplost, omdat de schuld dan automatisch overgaat op de kinderen.

De pachtboeren bevinden zich ten opzichte van de andere groepen in een betere positie. Ook zij hebben een directe link met een opkopend bedrijf, wat hen betere arbeidsomstandigheden oplevert. Het familie-inkomen is gelijk aan dat van de kleine boeren: tussen 61 en 123 euro. Minder pachtboeren lenen geld, maar het geleende bedrag is veel hoger: tussen de 930 en 2500 euro, tegen een rente van 10 tot 20%. Ze krijgen financiële en juridische steun van hun bedrijf, maar het risico bij misoogsten is geheel voor hen.

 

Vrouwen en kinderen meest kwetsbaar

Voor alle groepen geldt dat 68% niet is opgeleid; slechts één persoon heeft de school afgerond (12 klassen doorlopen). 81% van de vrouwen is niet naar school gegaan, terwijl een hoger aantal mannen ten minste hun basisonderwijs heeft voltooid. De vrouwen verzetten ook buiten ‘kantooruren’ meer werk, onder andere door huishoudelijk werk. 90% van de vrouwen werkt op meer dan één boerderij. 88% van de vrouwen lijdt aan beroepsziektes en geen enkele vrouw bezit grond.

Tijdens het verzamelen van gegevens zagen de onderzoekers de aanwezigheid van kinderen terwijl pesticiden in het veld werden gespoten. 74% van de meisjes en 67% jongens ondersteunen hun families in landbouwwerk. Migranten die voor seizoensarbeid komen, reizen met hun kinderen. Deze kinderen missen de school minstens zes maanden per jaar. Ongeveer 175 vrouwen en kinderen werken gratis op landbouwgrond van geldschieters, bij wie de families leningen zijn aangegaan.

 

Pleidooi voor sociale en arbeidsaudits

Behalve dat Geeta Menon vervolgonderzoek adviseert in haar eindrapport, pleit ze ook voor sociale audits. Ze schrijft: ‘(Ze) zijn een must en moeten zorgen voor de deelname van alle boeren en werknemers. De controle moet gericht zijn op de lacunes in de sociale zekerheid, op de kinderen die niet naar school gaan en de ongelijkheid tussen de geslachten, evenals het gebrek aan ziekteverzekering en het ontbreken van elementaire mechanismen voor sociale rechtvaardigheid. De sociale audit moet de impact van pesticiden op de gezondheid van kinderen en volwassenen meten en rapporteren. Veiligheids- of alternatieve maatregelen moeten serieus worden overwogen. Bedrijven die deze pesticiden aan boeren opdringen, moeten worden tegengehouden.’

Ook pleit ze voor arbeidsaudits om te zien of de Wet op de arbeidsovereenkomst wordt nageleefd door zowel de werkgever als de subcontractor. Bedrijven moeten verplicht worden om de lijst met gebruikte pesticiden aan landbouwers te verstrekken en hen op de hoogte stellen van de gevaren. In de contracten in de regionale talen van de landbouwers moet de aard van de werkzaamheden en de bijbehorende arbeidsvoorwaarden worden omschreven. De landarbeiders moeten worden getraind in technische en financiële innovaties.

Bewustmakingscampagnes zijn nodig om de landarbeiders te laten beseffen dat ze zich moeten organiseren in vakbonden. Boeren moeten in contact komen met andere landbouwbonden en –bewegingen. Daarin zouden vrouwennetwerken moeten worden geïntegreerd. Deze netwerken kunnen dan de problemen van geweld en discriminatie aanpakken waarmee vrouwen worden geconfronteerd.

 

Lees hier het hele rapport.

 

Samenvatting: Astrid van Unen

Betere arbeidsvoorwaarden, Kinderarbeid, Onzeker werk / India / Agrarisch

+ deel

Meer nieuws

Zaadveredelingsbedrijven verwelkomen Indiase vakbondsman

De Indiase vakbondsman Poguri Chennaiah bezocht samen met een FNV-delegatie op 20 mei de zaadveredelingsbedrijven Bayer en Rijk Zwaan. Het werd een interessante meer >

Loek Vis: “Hoe vaker de audits, hoe beter”

Het onderzoek ‘Zaadveredeling en kinderarbeid India’, uitgevoerd door Loek Vis van het bureau Basis & Beleid, is klaar. Nu zijn de consultants in India aan zet met een meer >

Solidariteitsproject

Gewoon goed werk voor iedere vrouw!

Het Netwerk Vrouwen FNV en de vrouwencommissies van de Marokkaanse FNSA en de Turkse Genel IS en DISK slaan de handen ineen om genderkwesties aan te pakken in meer >

Projectenzoeker

alle projecten
Discussieer mee: naar Kennislab
999 likes 2250 volgers